Andrée Thibaut
Poëzie, schilderen met woorden.
Ze bewaren momenten van verwondering, schoonheid, ontroering … liefde.
Gedichten vertellen, herinneren, lauweren soms, verbinden ook.
In mijn gedichten kom ik thuis.
Verstekeling
De slaap gooide mij weeral
overboord, met matras en al
Liet me achter
tussen drie en vier
Nu zit ik hier
in de vouw van de nacht
in pyjama, met blote voeten
op het terras bij de vijver
Adem in, adem uit,
Zet het denken op pauze
Mijn ogen wennen aan het duister
Ik kijk en luister
Een vos op wollen poten,
bolle kikkerogen tussen het kroos
De steenuil op een paal
terug van de jacht
Met een kop warme melk met honing
keer ik terug naar mijn matras
Het is vijf uur en ik voel
dat ik even één van hen was
Scheppende handen
In memorian Roos van de Velde
Geen plons, amper een rimpeling
Ze schept koel water
op een blad van porselein,
Kroos kringelt
kleeft aan haar vingers
Ze spoelt
Ze speelt
Ze kneedt klei
Schept schalen
Bakt ze in de hete oven
As dwarrelt neer
onthult het zuiverste wit
transparant, sterk
Ze streelt
Ze spreidt scherven
Wit en goud
op ruw hout
Geen tik, licht geschuifel
Handen vertellen
Ze schikt
Ze speelt
Aarde en water
verstild in porselein
De tijd verloopt anders nu
Hij speelt, hij spoelt
In de lucht
amper merkbaar
een rimpeling
Een dag klapt open
Bij de stallen rammelen melkemmers
Kippen kibbelen onder een regen van graankorrels
Een tractor takketakketakt over het erf
De kat houdt het voor bekeken
en glipt het huis binnen
Grijsgroen licht valt
op de ontbijttafel
De papkommen zijn leeggelepeld
De koffiekan is afgekoeld
Twee stoelen zwijgen naar elkaar
De kat nestelt zich
op het raamkozijn
rekt zich uit,
geeuwt haar ogen dicht
en valt in slaap
Schipbreuk
God weet waar ik
verzeild bent geraakt
De mast afgekraakt,
het roer losgeslagen
De stroming voert me
naar de eilanden waar ik
mezelf neergeschreven hebt
Daar vind ik hout voor mijn mast