Els Van Thuyne

 

Els Van Thuyne is geboren op 20 juli 1959, en opgegroeid aan zee. De golfslag wist alle sporen van kennis voortdurend uit.

Marnixring Ros Beiaard Dendermonde geeft in 2000 haar gedichtenbundel Dendermonde, Millennium II uit met het pseudoniem Alida Hart.

In 2019 verschijnt Moeizaam Vlees in eigen beheer bij Uitgeverij Het Punt te Baasrode.  Waar is Watou ? en Watou, Wat nog meer ? volgen in 2020.

Meander was zo vriendelijk in november 2021 en juli 2023 een aantal gedichten te publiceren. 

 

Sinds 2022  lid van de Van Strijtemse School voor Poëzie, een vrijplaats voor schoonheid en (h)eerlijkheid, getrokken door Ivo Van Strijtem.

 

Wunderkammer, Dendermonde, december 2023-januari 2024.  Een paar van haar gedichten zijn opgenomen tussen de kunstwerken.

 

Lid van het Anton van Wilderode-, het Filip De Pillecyn- en het Emile Verhaeren Genootschap.

 

Sinds 2024 lid vn IDCollectief te Hamme, met poëzie bij werk van de medeleden.

 

Juni 2024: een verrassend telefoontje: Poemtata kent  de eerste prijs toe aan het gedicht ‘De zee, altijd weer zij’  in de poëziewedstrijd van dat jaar. Zij geven de bundel ‘beZeeten’ uit.

 

Steeds vaker worden gedichten in verzamelbundels opgenomen, zoals in Ballustrada 2024 nr1 bij Gegeten en gedronken, en de dichterlijke voetnoot van het Filip de Pillecyncomité  bij de roman Monsieur Hawarden in 2025

 

Via Woordzee.eu kun je nog wat visuele indrukken opdoen.

 


Ze zuchten, klapperen of suizen,

ruisen, kletteren, razen

bruisen, fluisteren, hijgen,

maar zwijgen doen ze nooit.

Zoals ze gebekt zijn zingen zij.

Bomen: gesprekken zonder einde.

 

***

kauwtjes vleugelen van boom naar boom

hun kaal gekakel klatert uit de kruinen

rusteloos blijven zij takken ruilen

tot de nacht hen in zijn zwartste blaren bergt

 

***

September schuurt met zijn blaren in de zon.

Almaar lager zinkt hij uit de zomer.

Warmte loopt verloren in de uren

die krimpen nu het langer donker wordt.

Ik luister naar de jonge herfst.

Met felle kleuren schminkt zij zich,

zij ritselt met haar ruches en haar linten.

 

***

Een hoofd vol zee

waarin ik rondjes zwem.

Gelukkig vraagt geen mens

waar het naartoe gaat.

 

***

Zij

 

Wie zij verzwelgt:

voorgoed verdwenen.

Zijn laatste zuchten

wist zij weg

met het schuim

van haar getijden.

Zij wast de loden zerk

voortdurend schoon,

klost kanten bloemen

om de barsten te

verbergen,

spoelt alles af,

en herbegint,

en herbegint.