Marc Lonneville
Marc Lonneville (Brugge, 1957) studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit van Gent. Vanuit zijn vakgebied en zijn burgerdienst als opvoeder bij dove en slechthorende adolescenten ontwikkelde hij een grote interesse voor alle aspecten van de menselijke communicatie. Hij was vele jaren actief als docent. Onder meer in de Kunstacademie van Brugge.
In 2021 debuteerde hij met de bundel Cassandra Stuiterbal, een poëtische zoektocht naar de ander die zowel gave als vloek in zich draagt;
In 2024 verscheen zijn tweede bundel Minder in het echt, een onderzoek in het spanningsveld tussen schijn en werkelijkheid.
De voorbije jaren verschenen gedichten van hem in verschillende tijdschriften.
De inspirerende en erudiete manier waarop Ivo van Strijtem hem op de wijze van een meester begeleidde, heeft enorm bijgedragen aan zijn artistieke groei. Ivo van Strijtem is een meester die leidt zonder dwingen, die omringt zonder verstikken.
stuiterbal
ik woon nu in die haarspeldbocht
waar geen eind aan komt
het huis met licht getinte ramen
en spoken onder dak
ik wacht op jou
je mag van beneden komen of van boven
‘s avonds hak ik jou uit stenen in de tuin
gloeiende beelden die leven geven
ik zet ze op rijen in de bocht
aai hun hete vacht, hun schouders
moet ik omarmen om niet omver te vallen
overdag spelen we patience
kaarten op de tafel en in mijn mouw
de verhalen
klim mij, daal mij af
ik ben ik weet niet hoe, helder toch
aanwezig in kronkels en chinese tekens
die ik met voeten sleep in het stof tussen beelden
de schoonheid van elke tegenzin wil ik delen
zelfs met jouw silhouet dat ik kalkte op het asfalt
terwijl ik geduldig wacht en wuif
naar renners die passeren
ze glijden over je heen met uitgedoofde ogen
geen één gelijkt op jou
mijn vuur met blauwe kern
mijn stuiterbal vogelschrik
(uit Cassandra Stuiterbal, uitgeverij De Zeef 2021)
vogelschrik
je handen voelen die eigenlijk al lang
je handen niet meer zijn
maar gestolde woordenstromen
afgeraspt tot as -je sprak nochtans altijd
met die handen en tekende op verzoek
zwaluwen, dolfijnen of het klappen van de bijl -
is ondraaglijk, zoals wanneer je op een dag
ontdekt waarom ze je konijntje noemt
en je die scheefgegroeide tanden maar blijft voelen
lang nadat je ze met keien uit je mond hebt geklopt
zo voelt dat dus met de tong van abces naar abces
en jij, vogelschrik, blijft ondertussen maar wuiven
met geamputeerde handen teken geven
(uit Cassandra Stuiterbal, uitgeverij De Zeef 2021)
ik is
ze zijn er alleen
omdat ik weet dat zij er waren
de reus met het kind op de schouders
bij wijze van proef
trok hij land van dwergen binnen
zette hij alles op het spel
hij ratelde als melaatse
schilfers stof waaiden rond
met de oren van een dier
ving hij lage tonen op
het doffe naloeien
waar je bang voor wordt
het kind op zijn schouders schreeuwde
wees naar voortekens die verschenen
vochtplekken onder armen
verzadigde kleuren
wantsen vlooien kakkerlakken
die beten en striemden
ik wil mij aan het verhaal houden
veel te lang onbeschut
beschenen door ijswit kabouterlicht
verkleurde de reus vervaagde en loste op
het kind dat achterbleef is ik
(uit Minder in het Echt, uitgeverij De Zeef 2024)
roei
volgens de gebruikelijke normen
roeide ik met veel te lange halen
te recht mijn rug
geen spier of bot maar ijzerwerk
ik vertimmerde het water verfrommelde
golven en hertekende de zee
zonder doel bewoog ik om te bewegen
geen wonder dat ik buiten adem
bad om land een plek
waar ik met vreemde munt kon betalen
het kampement waar ik strandde
heeft een sprookjestuin
vol bloemen van vreemde origine
en een zwembad met rode parasols
tussen palmbomen en cipressen
in de fitnessruimte met zicht op zee
oefen ik elke dag een uur of vier
het gaat echt vooruit
op de roeimachine
(uit Minder in het Echt, uitgeverij De Zeef 2024)
die dag
de avond ritselde
in evenwijdige lijnen
alsof we ze zelf getekend hadden
niets over om aan te wakkeren
patine kleurloos juist
nu en hier is de mens niet eigen
helemaal ongelijk heb je niet
want je wil de trein niet missen
je wil van klanken woorden maken
verlangt verlangd te worden
fanclub liever dan museum
is het daarom
dat we krullen legden in de avond
knopen in de nacht
’s morgens doorregen kruisen tekenden
ons doorstreepten die dag
tegels
een geheime meetlat waarmee we
van drukpunt tot drukpunt de afstand bepalen
het risico inschatten en dan zonder haperen
op vingertoppen over elkaar springen
zoiets zou nu onbetaalbaar zijn
we behoren niet tot dit
het blijft dus bij schatten op de tast
leg ik je in mozaïek
dat het gist onder je berookt gezicht
dat je ogen troebel staan
dat je om op woorden te besparen vingernagels eet
tot je openscheurt en uit je kleren barst
op het plein waar we verlaten
til ik nog even de tegels op
daaronder huist niets
en dat is mooi meegenomen